Drogisten in Abstede

In 1902 startte brandstoffenhandelaar W.J.Th. (Willem) van Hassel een winkel op deze plek. Ruim een jaar later breidde hij zijn assortiment uit met drogisterij-artikelen. Hij bleef zijn ‘drogisterij’ voeren tot in 1919. In dat jaar werd de winkel voortgezet door J.L. van Veen. In 1939 keerde Willem van Hassel weer terug in de zaak. Hij overleed in 1941, waarna de winkel definitief werd gesloten.

Ook een deur verder om de hoek was er bedrijvigheid. In 1939 opende ene meneer Laan in het buurpand Abstederdijk 138a een handel in aardappelen en brandstoffen. Een combinatie van handelswaar die tegenwoordig wat merkwaardig aandoet, maar in die tijd waren dergelijke assortimenten niet ongewoon. Net zoals dat het in de vroege 20e eeuw heel gebruikelijk was dat ondernemers hun assortiment uitgebreid beschreven op hun winkels. Het was – naast adverteren in de lokale media – een effectieve manier om reclame te maken.

Van alle markten thuis

In 2021 rees bij werkzaamheden aan de panden het vermoeden dat er wellicht onder de witgestucte vlakken ‘iets’ te vinden zou kunnen zijn. Inderdaad kwamen bij wat voorzichtig krabwerk letters tevoorschijn.
De muurreclames – noest handwerk van een ambachtelijke letterschilder – bleken in de loop van de jaren aangepast vanwege veranderingen in het assortiment en de prijzen. Er waren verschillende versies over elkaar heen geschilderd. Uit het nogal uiteenlopende assortiment valt af te leiden dat een drogist vroeger van alle markten thuis was: een beetje fietsenmaker, tankstation, Blokker, Ikea en zelfs het verlengstuk van de huisarts…

Keuzes, keuzes, keuzes… het verhaal van restauratieschilder Jos Peeters

Voor de restaurateur is dan de vraag: welke tekst geef ik voorrang? En wat te doen met ‘charmante’ imperfecties in de letters? De oorspronkelijke schilder van toen veroorloofde zich best wat vrijheden. Zoals met de spatiëring (het moest tenslotte allemaal passen), met de dikte van de letters en de keuze voor een afgerond schreefloos fantasielettertype. In hoeverre kun en moet je het origineel volgen en waar moet je afwijken? Het contrast met de robuuste letters en de fijn neergezette prijzen erachter valt in elk geval op, net als de blijkbaar niet verwerkte inflatie in de crisisjaren…
Hieronder licht restaurateur en schilder Jos Peeters zijn dilemma’s en keuzes toe.

Hieronder licht restaurateur en schilder Jos Peeters zijn dilemma’s en keuzes toe.

De Abstederdijk is voor mij een speciaal plekje. Niet alleen vanwege het gedicht van Ingmar Heytze dat ik mocht schilderen op een blinde muur aan de kop van de Dijk. Mijn opa en oma, melkboer Dirk van der Kroef en zijn echtgenote Marie van Kooten betrokken in 1922 het woonhuis op Abstederdijk nummer 175. Daar zijn ook mijn moeder Gerda en haar twee broers geboren. Na het overlijden van mijn opa in 1938 verhuisde het gezin even verderop, naar nummer 189.

Al in oktober 2014, dus nu bijna 12 jaar geleden, viel mijn oog op de wit gestucte vlakken op het hoekpand aan de Abstederdijk 138 en aanpalende percelen. In de loop van de jaren krijg je toch een neusje voor mogelijke verborgen schatten. Maar goed, ik heb dat toen toch niet verder uitgezocht.

Uiteindelijk kwam de melding van een van de bewoners. Bij werkzaamheden aan het pand ontdekte een schilder iets wat toch wel veel weg had van een letter. Hij is toen wat verder gaan krabben. En ja hoor, rond 2021 kwam het lage deel van de muurreclames in de Minstraat tevoorschijn.

Wat zou daarachter zitten?
Toen de Werkgroep Directe Voorzieningen van de gemeente Utrecht eenmaal lucht kreeg van de muurreclames – met twee over elkaar geschilderde tekstlagen – was eigenlijk meteen duidelijk: die andere gestucte vlakken zagen er precies zo uit. Een dikke kans dat ook daar ‘iets’ achter zou zitten.

Toen begon de speurtocht in het verleden. Dus: informatie opzoeken in Het Utrechts Archief: wat voor winkel heeft daar gezeten? Wanneer is de zaak begonnen? Opvolging?

Het is moeilijk exact te achterhalen in welk jaar de eerste muurreclames moeten zijn aangebracht. Wel is duidelijk dat de groene letters op de begane grond de oudste zijn. De zwarte letters zijn er later overheen geschilderd. Die kunnen we met een slag om de arm dateren: in het Utrechtsch Nieuwsblad van 30 april 1906 staat een advertentie met een aantal soortgelijke producten met bijna dezelfde prijzen. Dat zou moeten betekenen dat de eerste reclames al bijna vanaf de start van de winkel in 1901 moeten zijn geschilderd.

Zuigflesschen en luiwagens
Het is 2021. De eerste voorzichtige eerste krab-sessies beginnen. Testjes om op verschillende plaatsen wat verf weg te halen om te kijken of er sporen van letters onder de witte verf zitten. Op sommige plekken gaat dat aardig goed, op andere komt de verf amper los.

Cruciaal is natuurlijk het zó te doen dat je niet alles kaal maakt, maar dat je de teksten zo ongeschonden mogelijk tevoorschijn weet te halen.

Je hebt dus weinig aan krachtige apparaten die de boel tot op het bot schoonmaken. Je hebt wel kracht nodig, maar nog veel meer geduld. Je kunt zelfs niet voor het hele oppervlak aangeven welk mesje het beste werkt. Je moet verschillende soorten bij je hebben, van een stevige verfkrabber tot een chirurgisch mesje. Van plekje tot plekje voel je waar je het meest aan hebt. Waar je moet doorduwen, en waar je voorzichtig aan de gang moet.

En dan is alles vrijgemaakt en lees je zowaar “carbid, solu…, fietsk,…zuigfle… dat soort woorden. Vaak niet compleet, maar je kunt wel vermoeden wat er gestaan moet hebben.

Daar begint een dilemma: wat doe je met een woord waarvan je wel denkt te weten wat er destijds zal hebben gestaan, maar waar verschillende letters ontbreken? Speculeren en aanvullen omdat je het (bijna) zeker weet, of openlaten omdat dat nu eenmaal de werkelijkheid van de plek is?

 

Expert
Grafisch expert Bart Oost begint in deze fase met het overtrekken van de teksten, dus op ware grootte, om alles vast te leggen. Dat helpt niet alleen tijdens het terugbrengen van de woorden op de muur: het bewaart de teksten ook voor langere tijd, zodat bij eventuele latere onderhoudsbeurten geen informatie verloren gaat. Hij tekent de teksten daarna weer als het ware in spiegelbeeld op calqueerpapier, zodat ze eenvoudig op de muur doorgedrukt kunnen worden. Alle maten zijn dan bekend, alle prijzen van de artikelen in de reclames staan vast, ook al zijn het – heel commercieel – ‘vanafprijzen’. Kennelijk waren de prijzen tot aan de crisisjaren ongevoelig voor inflatie…


Lijnolie
Tegelijkertijd begin je na te denken over wat voor materiaal (verf) bij dit project zou kunnen passen. Niet alleen omdat ik voor het gedicht van Ingmar Heytze verderop in de Abstederdijk ook lijnolieverf heb gebruikt. Ook omdat het heel waarschijnlijk is dat de eerste schilder met verf op lijnoliebasis heeft gewerkt (zo weet ik nog van mijn ándere opa die huisschilder was). Daarom werd die keuze al tijdens het krabben gemaakt. Na het volledig vrij maken van de reclames heb ik ze geconserveerd met een lijnolie-emulsie eroverheen, zodat wij rustig de tijd kregen om het werk organisatorisch en qua afspraken rond te krijgen. Intussen startte ik met het maken van kleurproeven op basis van de schilfers die van de muur afkwamen.

Passen zonder meten
Ik heb ervoor gekozen open te laten wat ik niet met 100 procent zekerheid heb kunnen terugvinden. Er zijn verschillende manieren om daarmee om te gaan. Je kunt in een iets andere tint de ontbrekende letter suggereren, je zou een contour kunnen aangeven, of – zoals ik hier op sommige plekken heb gedaan: de oude, schoongemaakte ondergrond niet wegschilderen maar zichtbaar laten.

Mijn idee is dat de belangstellende voorbijganger zelf wel kan bedenken wat er gestaan zou moeten hebben, ook als het woord niet compleet is. Een extra stimulans om er letterlijk even bij stil te staan. Het bijzondere van deze plek is ook, dat als je drie stappen doet, dan zie je dezelfde woorden maar net even anders op het vlak om de hoek. Het ene vlak is groter dan het andere, je ziet dat op het bovenste vlak in de Minstraat een lang woord er net niet helemaal lekker op paste.

Maatwerk
Moet je de collega-schilder uit het begin van de 20e eeuw corrigeren? Voor mij is dat een no go. Best een interessante discussie: gaat het meer om de inhoud van je oude reclame, die je naar beste weten reconstrueert, dus ook met een eenheid in de maten van letters en een volledig beeld van wat er gestaan heeft? Of probeer je de historische werkelijkheid zo goed mogelijk te benaderen, wat betekent dat je je aanpast aan wat de eerste schilder gedaan heeft?

Ik denk dat je daar geen regel voor kunt vaststellen die geldt voor al dit soort projecten, het is altijd maatwerk. Het lijkt me hoe dan ook een beetje raar in deze context net te doen alsof je het beter weet dat je voorganger. Dat is nog maar de vraag. Vroeger was het normaal dat letterschilders – van huis vertrokken zonder rol papier met gedetailleerde maten onder hun arm. Ze kwamen met hun ladder – hoe hoog soms? Arbo-regels waren er nog niet – naar de plek en begonnen vrijwel meteen te schilderen, een wonder. Utrecht mag van geluk spreken dat ik dat nooit doe. Beter weten is er dus niet bij. Maar dan moet wel duidelijk zijn dat de onvolkomenheden van de originele schilder zijn – en dan hoop ik maar dat alles wat goed gelukt is aan mij wordt toegeschreven.

Evenwicht
Op een zeker moment raak je in een esthetische knoop. De keuze voor de kleur van de ondergrond is een voorbeeld. Je wilt zo dicht mogelijk bij de historische werkelijkheid blijven, maar ja, als je dat principe helemaal volgt is de kans groot dat er een nieuwe oude reclame terugkomt. Dat betekent dus een kleurenwaaier naast een schilfer van de muur leggen en die kleur maken. Grote kans dat dat een nogal harde uitstraling heeft. Past dat bij de plek? Hoe verhouden de verschillende teksten zich onder elkaar?

Je hebt teksten die door elkaar staan, moet je keuzes maken en delen helemaal weg laten vallen? Ik heb vooral gezocht naar een evenwicht tussen de zwarte teksten boven en de wat meer complexe teksten beneden. Een meer schilderkunstige beslissing, dat besef ik, die rekening houdt met het totaalbeeld van de schilderingen op de twee hoeken van het pand.

Veel kijkplezier in elk geval!